Stichting openbaar onderwijs

Instandhouding Ba(a)sisscholen

Wettelijk kader  en leerlingenontwikkeling

Voor de instandhouding van basisscholen is de jaarlijkse teldatum een belangrijk ijkpunt. Het leerlingenaantal bepaalt of de school  wordt bekostigd of niet. Het ministerie van OCenW heeft voor de bekostiging een gemeentelijke norm vastgesteld (voor de gemeente Tynaarlo is deze norm 64 leerlingen en voor de gemeente Haren is de norm 143 leerlingen voor de kern Haren en 29 voor het buitengebied).

 

Een schoolbestuur heeft een aantal instrumenten om scholen die onder de gemeentelijke opheffingsnorm valt in stand te houden. Zo is bijvoorbeeld een nevenvestiging één van deze instrumenten. Als absolute wettelijke ondergrens geldt het leerlingenaantal van 23. Dit betekent dat voor de kleine scholen binnen het  schoolbestuur naast de teldatum de prognose een belangrijk signaal functie  is met betrekking tot het perspectief van deze kleine scholen.

 

Als drie jaar achtereen het leerlingenaantal onder de 23 leerlingen is,  op de genoemde teldatum, stopt de bekostiging van rechtswege (wet op het primair onderwijs artikel 153 lid 1). Er is dan sprake van een verplichte opheffing. Als een analyse van ontwikkelingen laat zien dat er geen perspectief  is dat binnen een periode van 3 schooljaren het leerlingenaantal weer 23 leerlingen of meer zal zijn, zijn er bestuurlijk twee opties voor de toekomst van de nevenvestiging:

  1. de periode van de komende twee jaren worden afgewacht. Indien gedurende de komende twee teldata de nevenvestiging onder de 23 leerlingen blijft, sluit de school van rechtswege per 01 augustus aan het eind van het derde jaar. Er is sprake van een verplichte opheffing waarbij geen rol voor de medezeggenschapsraad is weggelegd;
  2. op basis van het aantal leerlingen aan het einde van het eerste jaar en de toekomst wordt proactief een besluit genomen over het voortijdig beëindigen van de nevenvestiging. Er is dan sprake van een vrijwillige opheffing, waar de medezeggenschapsraad op basis van de Wet op de Medezeggenschapsraad (artikel 11 lid 1c) adviesrecht heeft.

Zwaarwegend bij de beslissing de school vrijwillig op te heffen is het kunnen blijven bieden van kwalitatief goed onderwijs.

Stichting Baasis behoudt zich het recht voor om in overleg te gaan met de medezeggenschapsraad wanneer een (neven)vestiging op de teldatum van 1 oktober het absolute minimum van 23 leerlingen niet heeft gehaald. Tijdens dat overleg kan besloten worden dat de medezeggenschapsraad gevraagd wordt naar een positief advies om de (neven)vestiging per 1 augustus daaropvolgend te sluiten.